Evenementen in februari 2023

Inleiding

Een plant voedt zich met zuurstof en koolzuurgas uit de lucht en in water opgeloste voedingsstoffen uit de bodem. Uit koolzuurgas en water worden onder invloed van zonlicht suikers gemaakt. Met deze suikers en met de andere voedingsstoffen maakt een plant veel andere stoffen. Hormonen, eiwitten, enzymen en vitamines zijn enkele stoffen die een plant maakt.

Koolzuur en water zijn meestal in grote hoeveelheden beschikbaar. De voedingsstoffen (ionen van verschillende elementen) die de plant nodig heeft, worden voornamelijk via de wortels samen met water opgenomen. Van sommige elementen heeft een plant veel nodig en die worden daarom hoofdelementen genoemd. Andere zijn maar in kleine hoeveelheden nodig en ze worden sporenelementen genoemd.

 

Hoe krijgt de plant voeding binnen?

Een plant neemt zijn voedingsstoffen op via zijn wortelgestel (voornamelijk via de fijne wortelharen). De voedingsstoffen lossen op in het bodemvocht (ionenwerking) en worden samen met water opgenomen.

Alleen als er voldoende voedingsstoffen aanwezig zijn, zal de groei van planten optimaal plaatsvinden. Niet alle voedingsstoffen zijn in dezelfde hoeveelheid nodig, maar een tekort van één bepaalde voedingsstof kan de groei ernstig belemmeren. Afwijkende kleuren aan het blad zijn vaak kenmerken van tekorten. Men spreekt dan van gebreksziekten.

De planten gebruiken voedingsstoffen uit de bodem. Verder zullen sommige voedingsstoffen (stikstof) uit de bodem uitspoelen, waardoor er tekorten kunnen ontstaan. Met een onderhoudsbemesting vullen we het tekort aan. Deze aanvulling kan worden gedaan met organische (natuurlijke meststoffen) of anorganische meststoffen (kunstmest).

 

Vasthouden van voedingsstoffen

Een substraat is in staat om bepaalde voedingselementen vast te houden. Aan de vaste bestanddelen (humus en kleideeltjes) kunnen zich bepaalde voedingsstoffen hechten, zodat ze niet uitspoelen of verdampen. Afhankelijk van het substraat  wordt er meer of minder van dergelijke stoffen vastgehouden.

Ook zitten er voedingstoffen vast in het aanwezige organische materiaal. Zelfs het bodemleven zorgt voor het vastleggen van voedingsstoffen (eten van de aanwezige elementen; deze komen later weer vrij).

 

Voedingsstoffen

Voor de groei van een plant zijn voedingsstoffen nodig. Sommige substraten bevatten van nature voedingsstoffen.

Door de verschillende eigenschappen van de voedingselementen en de verschillende chemische eigenschappen van de substraat zullen de voedingselementen soms wel en soms niet beschikbaar komen voor de planten.

De belangrijkste voedingsstoffen die een plant nodig heeft, worden de hoofdvoedingselementen genoemd. Dit zijn stikstof (N), fosfaat (P), kali (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). Daarnaast zijn er veel voedingselementen die een plant in kleine of zeer kleine hoeveelheden nodig heeft. Deze worden de sporenelementen genoemd. Enkele belangrijke sporenelementen zijn: borium (B), kobalt (Co), koper (Cu), zink (Zn) , mangaan (Mn), molybdeen (Mo), ijzer (Fe) en silicium (Si).

Naast de genoemde voedingselementen is er nog een voedingselement dat de plant absoluut nodig heeft en dat meestal ook voldoende aanwezig is. Dat is de zuurstof (O2). Zuurstof zit voor 20% in onze lucht en bovengronds zal dit ook nooit een probleem zijn, maar ondergronds kan het zuurstofgehalte te laag worden/zijn. Wateroverlast kan een oorzaak zijn van zuurstofgebrek in de potgrond. Het zorgen voor een goede waterdoorvoer kan dit voorkomen.

 

Wat doen voedingsstoffen in een plant?

Een plant bestaat voor 75 – 90 % uit waters en voor 25 - 10 % uit droge stof. Als bouwstof voor deze droge stof zijn nodig koolzuur, water en zouten. Met bemesten voegen we zouten toe aan het substraat waarin de bonsai staat. De belangrijkste meststoffen zijn stikstof, fosfaat en kali (hoofdelementen). 

De belangrijkste taken van de hoofdelementen zijn:

Stikstof (N)  is van groot belang voor de vorming van eiwitten bladgroen en opbouw organische verbindingen. Een goede stikstof voorziening bevordert ontwikkeling van blad- en stengelgroei.

Fosfaat (P) wordt gebruik bij de vorming van eiwitten en speelt een belangrijke rol bij verschillende fysiologische processen zoals assimilatie en de ademhaling.  Het heeft een gunstig effect op de wortelvorming en bevordert in de herfst de afrijping van jonge scheuten. 

Kali (K) vervult een onmisbare functie bij de stofwisselingsprocessen in een plant. Kali bevordert de productie van koolhydraten. Kali zorgt mede voor vervoer  van de koolhydraten en vermindert de gevoeligheid voor droogte. 

 

Zuurstofgebrek

Zuurstofgebrek is te herkennen aan een slechte groei van de planten en bij extreme tekorten kan het zelfs wortelrot veroorzaken. Met gerichte onderhoudsmaatregelen is dit wel op te lossen. Maar zeker hier geldt ‘beter voorkomen dan genezen’, op tijd verpotten en een goede substraat gebruiken.

 

Organische of anorganische mest?

Organische meststoffen zijn verteerde (gecomposteerde) en/of bewerkte (gedroogde) afvalproducten of restproducten van dieren en planten.

Anorganische meststoffen worden in een fabriek kunstmatig gemaakt. Door chemische processen worden voedingsstoffen gebonden aan een vulstof. Hiervan worden meestal korrels gemaakt, zodat men ze makkelijk kan toepassen. Voor het bemesten van bonsai met organische mesststoffen worden kleine korfjes gebruikt zodat het niet door de vogels kan worden weggekrapt. Met het aantal korfjes kun je de hoeveelheid ook goed bepalen. Bij regen en bewateren komen de voedingsstoffen langzaam vrij.

Keuze meststofsoort

Bij het bemesten kunnen we kiezen uit organische mest (natuurlijke stoffen) of anorganische mest (chemisch vervaardigde kunstmest). Beide mestsoorten hebben voor- en nadelen. Kunstmest is eenvoudig aan te brengen en werkt snel. Het nadeel is dat er ook gemakkelijk fouten gemaakt kunnen worden, zoals een te grote gift ineens. De kans op verbranden en overbemesting met kunstmest is groter dan met organische mest.
Ook foute keuzes ten aanzien van de samenstelling zijn snel gemaakt. 

mestkorfje2

Naam


Organisch
Chemisch


Vorm


Hoofdelementen
N-P-K


Opmerking


Biogold Orginal


Org.


blokjes


5,5 – 6,5 – 3,5


Combinatie van voedingstoffen, vitaminen en mineralen


Super Biogold


Org.


blokjes


5 – 8 - 5


Combinatie van voedingstoffen, vitaminen en mineralen


Bloedmeel


Org.


bruine korrels


12 – 0 - 0


 


Beendermeel


Org.


beige poeder


5 – 15 - 0


 


Vis emelsie


Org.


vloeibaar


5 – 2 - 2


 


Gedroogde mestkorrels


Org.


korrels, granulaat, poeder


Afhankelijk van soort
( 1-5 % N, 1-5 %  P2O5, 2-8 % K2O).


Samengesteld uit dierlijke mest.
Geven vaak een onaangename geur.


DCM-mix


Org.


korrels


Afhankelijk van soort
( 8-10 % N, 5-7 %  P2O5,
8-10 % K2O).


Samengesteld uit vele soorten dierlijke en plantaardige reststoffen.


Osmacote


Chemisch


korrels


Diverse samenstellingen.
(18-6-12; 9-11-18;
10-11-18 enz.)


Verschil in werkingsduur:  van 3 tot 9 maanden


NPK meststoffen


Chemisch


korrels


Diverse samenstellingen.


 


In vele merken en samenstellingen te koop.